Een knaagdier adopteren?

veelgestelde vragen

1. Ben je geschikt als cavia-eigenaar?

De volgende vragen helpen je over de aankoop van een cavia na te denken:

  • Een cavia wordt ongeveer 7 jaar oud. Kan je er gedurende deze hele periode voor zorgen?
  • Is er niemand in huis allergisch voor strooisel of voor de cavia’s zelf?
  • Heb je voldoende ruimte voor het hok en een ren?
  • Heb je voldoende tijd voor de wekelijkse schoonmaak?
  • Is er iemand die de cavia’s kan verzorgen wanneer je op vakantie gaat?
  • Begrijp je dat een speciale vacht ook extra borstelwerk is?
  • Heb je ongeveer 30 euro per maand over voor de voeding en verzorging van de cavia?
  • Vind je het niet erg dat een cavia niet zindelijk wordt en overal kan plassen?

2. Waar haal je een cavia?

Je kan cavia’s adopteren in een asiel of kopen in een dierenhandelszaak of bij een fokker. Er zijn asielen die gespecialiseerd zijn in de opvang van knaagdieren. Kies gezonde, actieve cavia’s die minstens vier weken oud zijn en zeker 300 gram wegen. Kijk na of alle dieren goed verzorgd zijn. Kies geen zieke of zwakke dieren, daarmee hou je foutieve handel in stand. Controleer of de dieren geen kale plekken of vuile oortjes hebben, want dit wijst op ziektes. Kijk na of de tanden goed op elkaar staan en niet doorgegroeid zijn.

Zorg dat het hok in orde is en al op de juiste plaats staat als je met de cavia’s thuiskomt. Het transport en de verandering van omgeving geeft heel wat stress, zodat de dieren beter meteen in hun definitieve omgeving worden gezet om tot rust te komen. Laat de dieren de eerste dagen rustig wennen.

3. Wat heeft een cavia nodig?

Cavia’s hebben nood aan een hok en een ren met volgende toebehoren:

  • een schuilhok, als verstopplaats
  • bodembedekking, bijvoorbeeld vlas of zacht gehakseld stro
  • een drinkfles of drinkbak
  • een voederbak

Kooi

Het zijn groepsdieren, dus je moet minstens twee cavia’s bij elkaar houden. Het hok moet minimum een oppervlakte van 150 x 50 cm hebben. In het wild kunnen ze goed springen en klimmen, maar tamme cavia’s doen dit niet. Een opstaande kooirand van 30 cm hoog is daarom voldoende. De dieren moeten wel de mogelijkheid krijgen om te rennen. Een grote ren, al dan niet gekoppeld aan het hok, is noodzakelijk. Als de ren losstaat van het hok, dan moet je een schuilhokje in de ren voorzien. Cavia’s hebben graag een plekje waar ze zich kunnen terugtrekken, zodat ze zich veilig voelen.

Voor de juiste plaats van het hok moet je rekening houden met een aantal factoren. Cavia’s kunnen niet goed tegen koude of warmte. De ideale temperatuur is 18 tot 24 °C. Plaats de kooi niet naast een warmtebron, in de tocht, in het donker of op de grond. De kooi moet minstens 20 cm van de grond of op een tafel staan. Zet de cavia’s in een ruimte waar je zelf regelmatig verblijft, zodat de dieren jou vaak zien. Waak erover dat andere huisdieren zoals kat of hond niet aan de cavia’s kunnen.

Cavia’s kan je wel buiten houden in een waterdicht hok dat bestand is tegen stevige wind. Voorzie een dikke laag bodembedekking en hooi. Hou er rekening mee dat bij vriesweer ook het drinkwater bevriest. Het is daarom beter om het hok binnen te zetten als het vriest. Bij zonnig weer moeten de dieren een schaduwplek hebben. Let er op dat de temperatuur in het hok niet teveel oploopt en dat er voldoende fris drinkwater is

 

Bodembedekking en inrichting

Kies als bodembedekking iets dat niet te scherp of te hard is en ook niet te stoffig: zaagsel, hooi of speciaal strooisel zijn geschikt. Gewoon stro is te hard voor de cavia en gebruik je best niet.

Voor het drinkwater kan je zowel een drinkfles als een drinkbak voorzien. Een drinkbak heeft het nadeel dat het water snel vervuilt en dat de bodem nat wordt. In een drinkfles blijft het water redelijk proper. Controleer geregeld of er geen verstopping of lekkage is.

De voederbak moet zwaar genoeg zijn zodat de cavia hem niet omver kan duwen. Daarom voldoet een metalen of plastieken bak niet. Een geglazuurde, aardewerk pot is beter. Om te vermijden dat de cavia’s het voeder bevuilen, moet de rand hoog genoeg zijn.

 

Gezelschap

Cavia’s zijn groepsdieren, hou ze daarom minimaal met twee. Een cavia alleen wordt eenzaam en verveelt zich snel. Twee vrouwelijke dieren of een koppel waarvan het mannelijk dier gecastreerd is, kan je gemakkelijk samen houden. Twee mannelijke dieren kan je alleen samen houden als ze al van jongs af samen zitten en er geen vrouwtje bij zit.

Zet geen andere diersoorten bij de cavia’s. Cavia’s en konijnen worden al eens samen gehouden, maar dat kan problemen geven.. Het konijn kan de cavia verwonden en de cavia kan aan de vacht van het konijn knabbelen. Ze hebben bovendien verschillend voeder nodig.

 

Verrijking

Cavia’s moeten zo veel mogelijk hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen zodat ze zich niet gaan vervelen. Verrijking is daarom nodig. Geef ze bijvoorbeeld materiaal waaraan ze kunnen knagen, zoals takken of een kartonnen doos die ook als verstopplek kan dienen.

Als de cavia’s tam genoeg zijn, kan je ze ook vrij in huis laten rondlopen. Maak de ruimte eerst veilig voor de dieren: verwijder rondslingerende voorwerpen, berg elektriciteitskabels op, zet planten uit de buurt, vermijd een gladde vloer … en let er op dat ze niet kunnen ontsnappen. Zorg dat andere huisdieren niet in dezelfde ruimte kunnen komen.

4. Voeding - cavia

Cavia’s zijn uitsluitend herbivoren. Hun dieet bestaat uit hooi, droogvoer, verse groenten en in beperkte mate fruit. Ze moeten onbeperkt toegang hebben tot hooi, want dat is belangrijk voor de doorlopende spijsvertering en de slijtage van de tanden. Het hooi moet van goede kwaliteit zijn, te herkennen aan de frisse geur en lichtgroene kleur.

Het droogvoer bestaat uit korrels. Kies bij voorkeur korrels die alle voedingsstoffen bevatten. Bij gemengd voer durven cavia’s de lekkerste brokjes eruit selecteren en de rest laten liggen. Bewaar het voeder op een droge en frisse plaats.

Verse groenten zoals wortelloof, spinazie en witloof zijn een smakelijke afwisseling. Ook mag je af en toe een stukje wortel of fruit geven. Als de cavia iets nog nooit gegeten heeft, laat hem dan eerst aan dat voeder wennen door te beginnen met kleine stukjes. Cavia’s eten ook graag gras en paardenbloemen. Pluk geen planten langs drukke wegen, deze kunnen vervuild zijn door uitlaatgassen.

Cavia’s kunnen zelf geen vitamine C aanmaken. Daarom is het heel belangrijk dat ze dit via het voeder opnemen. Korrels die speciaal gemaakt zijn voor cavia’s bevatten voldoende vitamine C. Hou hierbij wel rekening met de vervaldatum. De vitamine verliest snel zijn effect en is niet bestand tegen licht en lucht. Zorg er dus voor dat de verpakking goed gesloten is en bewaar ze in een donkere ruimte. Je kan extra vitamine C geven door druppeltjes over het voer te sprenkelen, maar de kans bestaat dat de cavia’s de besprenkelde korrels laten liggen. Vitamine C in het water is geen goede oplossing omdat die door de hoeveelheid water teveel verdund wordt. Bovendien zouden het eventueel aanwezige chloor en ijzer in het water de vitamine afbreken. Vitamine C-pillen voor kinderen zijn een goede oplossing, maar niet alle cavia’s vinden dit lekker. Bij sommige dieren moet je de tijd nemen om ze er aan te laten wennen. Probeer eventueel verschillende smaken om de cavia’s te motiveren om iedere dag een vitamine C-pil te eten.

De tanden van cavia’s groeien levenslang. Om te vermijden dat de tanden te lang worden, is een goede slijtage noodzakelijk. Normaal gezien gebeurt dit doordat ze voortdurend vezelig voedsel zoals hooi, gras en takken eten. Geef ze daarom extra knaagmateriaal zoals takken van fruitbomen of wilgen. Die kan je in de dierenwinkel kopen of zelf snoeien van gezonde, onbespoten bomen.

Cavia’s eten soms hun eigen uitwerpselen of keutels terug op. Dit is een normaal proces en niets om je zorgen over te maken.

Snoep, lik- en knaagstenen zijn niet nodig en kunnen zelfs gevaarlijk zijn. Ze kunnen steenvorming veroorzaken in de urinewegen en de tanden op een verkeerde manier doen afslijten. Geef liever taai en vezelig voer om de tanden gezond te houden.

5. Verzorging - cavia

Het schoonmaken van het hok en het verzorgen van de dieren kost ongeveer een uur per dag. Langharige cavia’s hebben beduidend meer verzorging nodig dan kortharige exemplaren. De lange vacht wordt snel vies en klit gemakkelijker.

 

Dagelijks

  • controleer het gedrag en uitzicht van de cavia’s: zijn ze actief, is hun achterwerk proper, ..?
  • kijk na of de cavia’s goed gegeten en gedronken hebben
  • verwijder voedselresten en geef vers hooi, groenvoer en caviakorrels
  • ververs het water
  • kijk na of de ontlasting normaal is
  • laat de cavia loslopen in de ren of een veilige ruimte
  • borstel voorzichtig de langharige cavia’s

 

Minstens één maal per week

  • vervang de vuile bodembedekking en reinig het hok, de drinkfles en voederbak. Indien nodig moet je het hok vaker reinigen.
  • borstel voorzichtig de kortharige cavia’s

 

Minstens één maal per maand

  • controleer de nagels. Als deze te lang zijn moet je ze knippen. Let hierbij op dat je niet in het roze gedeelte knipt waar het bloedvat zit.
  • controleer de tanden. Als de tanden te weinig afslijten, geeft dit problemen. Voorzie extra knaagmateriaal of raadpleeg een dierenarts.

6. Gezondheid - cavia

Cavia’s worden meestal ziek door slechte huisvesting of voeding, zoals hooi van onvoldoende kwaliteit. Als je cavia minder eet of stopt met eten, raadpleeg dan een dierenarts. Jonge cavia’s zijn erg kwetsbaar, als zij zwak of ziek zijn, ga dan meteen naar de dierenarts.

 

De meest voorkomende gezondheidsproblemen zijn:

 

Te lange nagels

Symptomen: de nagels groeien rond en kunnen de pootjes verwonden.
De nagels moeten geknipt worden. Je kan dit zelf doen, maar vraag de eerste keer aan je dierenarts of specialist om het je te tonen. Alleen het tipje van de nagel is gevoelloos en kan afgeknipt worden.

 

Te lange tanden

Symptomen: het bekje staat scheef of open, de cavia eet niet goed en/of vermagert.
Cavia’s moeten knagen opdat hun tanden zouden slijten. Soms groeien de tanden scheef, dan moet de dierenarts ze vijlen of slijpen. Zorg voor voldoende knaagmateriaal zoals takken, hooi, gras en vezelige kruiden.

 

Diarree

Symptomen: het achterste van de cavia is vuil, je vindt plakkerige of natte uitwerpselen in het hok.
Diarree komt meestal door te snel van voer wisselen en/of te veel groenvoer of door interne parasieten. Zorg ervoor dat de cavia langzaam kan wennen aan groenvoer en geef hem onbeperkt hooi. Raadpleeg een dierenarts als de diarree niet verbetert na één dag.

 

Verkoudheid

Symptomen: vuile neus of voorpootjes (door het afvegen van de neus), vuile ogen, niezen, zwaar ademen of geluid maken bij het ademen.
Een verkoudheid kan komen door een virus, maar ze verergert als het dier in de tocht staat. Raadpleeg de dierenarts als de verkoudheid na twee dagen niet verbetert of als het dier zichtbaar moeilijk ademt.

 

Externe parasieten, bv. schimmels, luizen, mijten, schurft

Symptomen: jeuk, kale plekken, schilfertjes, kleine beestjes zichtbaar op de huid, lusteloosheid.
Externe parasieten kan je niet altijd voorkomen, mijten zitten soms in het hooi. Zorg voor een goede hygiëne en weerstand en raadpleeg een dierenarts.

 

Vitamine C-tekort

Symptomen van vitamine C-tekort zijn heel divers: ruwe vacht, diarree, pijn, verzwakte immuniteit, problemen met eten, tekenen van pijn, bloedingen, sterke vermagering, …
Raadpleeg een dierenarts om de juiste diagnose te stellen en andere problemen uit te sluiten.

 

Voetproblemen

Symptomen: letsels, zwellingen of ontstekingen op de voetzolen.
Voetproblemen ontstaan door een harde ondergrond of een bodembedekking die niet geschikt is (te hard, vochtig, met scherpe deeltjes). Voorzie een geschikte bodembedekking. Verzorg de letsels.

7. Ben je geschikt als konijnen-eigenaar?

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, zijn konijnen geen geschikte huisdieren voor kinderen. De meeste konijnen vinden oppakken en knuffelen niet leuk. Ze kunnen dan krabben en bijten en zelfs hun eigen rug of pootjes breken als ze spartelen bij het optillen.

Door veel tijd aan het konijn te besteden en er rustig mee om te gaan, kan het wel tam worden en leren dat aaien prettig kan zijn. Konijnen kunnen ook allerlei trucjes leren en er wordt zelfs aan konijnen-agility gedaan. Konijnen zijn dus vooral leuke huisdieren voor mensen die er ofwel veel mee willen bezig zijn, ofwel er vooral willen naar kijken.

De verzorging van konijnen kost enkele uren per week en je moet vooral veel opkuisen. De volgende vragen geven een idee of een konijn bij je past:

  • Besef je dat een konijn geen geschikt huisdier is voor kinderen?
  • Heb je de ruimte voor een konijnenhok en grote ren?
  • Heb je genoeg tijd om de konijnen te verzorgen?
  • Is er niemand in het gezin allergisch voor konijnen of hooi?
  • Is er iemand die op de konijnen kan passen als je op vakantie gaat?
  • Heb je ongeveer 30 euro per konijn per maand over voor de voeding en verzorging?
  • Wil je de komende 8 jaar voor de konijnen zorgen?

8. Waar haal je een konijn?

Een konijn adopteer je bij een asiel of knaagdierenopvang of koop je bij een fokker of in een dierenwinkel.

Kies gezonde, actieve konijnen die minstens zes weken oud zijn. Een jonger konijn is zeer kwetsbaar en loopt een groter risico om snel te sterven. Kijk na of alle dieren goed verzorgd zijn. Kies geen zieke of zwakke dieren uit medelijden, want daarmee hou je foutieve handel in stand. Controleer of de dieren een propere neus en ogen hebben, een geluidloze ademhaling en niet te licht of te klein zijn.

Kijk na of de snijtanden goed op elkaar staan en niet doorgegroeid zijn. Zorg dat het hok in orde is en al op de juiste plaats staat als je met de konijnen thuiskomt. Het transport en de verandering van omgeving veroorzaakt heel wat stress, zodat de dieren beter meteen in hun definitieve omgeving worden gezet om tot rust te komen. Laat de dieren de eerste dagen rustig wennen.

9. Wat heeft een konijn nodig?

Konijnen hebben veel ruimte nodig. Combineer een hok of kooi met een grote (buiten)ren en richt deze in met veel verstopplekjes en verschillende niveaus.

Gezelschap

Een konijn is een groepsdier. Hou er minstens twee. De combinatie van een vrouwelijk konijn en een gecastreerd mannelijk konijn gaat het best. Twee mannetjes of twee vrouwtjes samen geeft meestal ruzie.

Zet in elk geval nooit zomaar twee konijnen samen. Voor de introductie zet je de konijnen voor het eerst samen op compleet neutraal terrein. Als de geur van één konijn al aanwezig, dan kan dat konijn de ruimte als zijn territorium beschouwen en onverdraagzaam worden ten opzichte van het andere konijn. In een konijnen- of knaagdierenopvang is vaak de nodige kennis aanwezig om je te helpen de introductie vlot te laten verlopen.

Zet geen andere dieren zoals een cavia of kippen bij konijnen. De dieren kunnen elkaar verwonden.

 

Hok & ren

Konijnen hebben veel ruimte nodig. Alleen maar een hok of kooi is veel te klein. Combineer een hok of kooi daarom altijd met een grote (buiten)ren of zorg ervoor dat de konijnen een groot deel van de dag vrij in huis kunnen rondlopen. Het hok of de kooi dient dan als veilig hol om uit te rusten.

Een hok of kooi voor twee kleine tot middelgrote konijnen moet minstens 160 x 80 cm groot zijn, en hoog genoeg zodat de konijnen comfortabel rechtop kunnen staan. Een kooi met een kunststof onderbak en een afneembare bovenkant van tralies is goed geschikt. Houten hokken zijn een goede keuze voor buiten, want ze beschermen tegen zon en regen en bieden isolatie.

Reken voor de ren op een grondoppervlak van minstens 2 m2 per dwergkonijn. Een middelgroot konijn heeft minstens 3 m2 per dier nodig en grote konijnen hebben nog meer ruimte nodig. Hoe meer ruimte, hoe beter.

Zorg ervoor dat er zowel zonnige als schaduwrijke plekken in de ren zijn. Voorzie aan de binnenkant een strook van 50 cm ingegraven gaas, zodat de konijnen zich niet uit de ren kunnen graven. De wanden van de ren moeten stevig zijn, en kunnen weerstaan aan het knagen van de konijnen. Roestvrij gaas met een maaswijdte van 17 x 17 mm is prima geschikt. Overdek ook de bovenkant van de ren, zodat de konijnen niet uit de ren kunnen klimmen en veilig zijn voor roofdieren.

Zet het hok niet in de volle zon of in de buurt van de verwarming, want konijnen zijn gevoelig voor oververhitting. Vermijd tocht en zet het hok op een rustige plaats.

 

Inrichting & bodembedekking

In het verblijf moeten er schuilplaatsen zoals tunnels, holle boomstammen en hokjes aanwezig zijn, zodat de konijnen zich veilig voelen. Verhoogde zitplekken en etages geven de konijnen een uitkijkpost.

Als voederbak zijn geglazuurde aardewerken bakken geschikt. Die zijn gemakkelijk proper te houden en ze zijn bestand tegen knagen. Geef elk konijn een eigen voederbak en plaats die verspreid in het verblijf. Voor het hooi is een ruif aan te raden. Zo blijft het hooi proper. Knaagmateriaal zoals speciale stukken hout en takken helpen bij het afslijten van de tanden.

Voor het drinkwater is een waterfles met drinktuit het meest geschikt (voor zover de dieren geleerd hebben hieruit te drinken). Zo kan er geen vuil in het water komen. Sommige konijnen drinken liever uit een bak. Zet die dan op een verhoog, zodat er geen bodembedekking in het water komt.

Leg voldoende stro in het hok, zeker als de konijnen buiten zitten. In de ren is bodembedekking niet noodzakelijk, maar hier en daar wat aarde, gras, zand of schors houdt de omgeving interessant voor het konijn. Voorzie extra zaagsel, vlas of stro in de hoek waar het dier plast. Je kan daar ook een toiletbak plaatsen (vergelijkbaar met een kattenbak), zodat het reinigen gemakkelijker is. In zo’n toiletbak kan je houtpellets doen als vulling.

 

Verrijking

Konijnen zijn echte gravers. Je kan in de buitenren enkele zandhopen voorzien waarin ze hun tunnels kunnen maken. Voorzie geen diepe holen want een ziek konijn kan zich daarin verstoppen en dan kan je het moeilijk pakken voor een behandeling.

Om te voorkomen dat de konijnen zich vervelen, kan je ze actief bezig laten zijn met hun voeder. Je kan kruiden zoals peterselie of paardenbloemen ophangen zodat ze zich moeten rekken, een snackbal vullen met konijnensnoepjes, het voeder in een echte konijnenpuzzel doen of lekkere hapjes in het verblijf verstoppen.

Konijnen spelen graag met kartonnen dozen. Ze kunnen erop of erin kruipen, eraan knabbelen en ze gebruiken als obstakel bij spelletjes met andere konijnen

10. Voeding - konijn

Konijnen hebben vooral vezelrijke en relatief energiearme voeding nodig. Hoogwaardig hooi is de hoofdvoeding en moet permanent ter beschikking zijn. Kies voor kruidenhooi en grashooi, vermijd luzernehooi (alfalfahooi). Het hooi moet fris ruiken en stofvrij zijn.

Naast hooi bestaat de dagelijkse voeding uit grassen, kruiden en groenten. Voorbeelden van geschikte groenten en (on)kruiden zijn: andijvie, witloof, peterselie, wortelloof, spinazie, koriander, wilde peen, paardenbloem, klaver, brandnetel, zevenblad en kamille. Geef geen kool, gemaaid gras, aardappelen, aardappelschillen of brood aan je konijnen. Beperk suikerrijke producten als wortelen, bieten en fruit, dit verstoort de darmwerking.

Naast groenvoer en hooi hebben konijnen een klein beetje krachtvoeder nodig. Een eetlepel per dag is voor kleine tot middelgrote konijnen voldoende. Kies als krachtvoer voor konijnenkorrels (de zogenaamde ‘biks’ of ‘pellets’, bij voorkeur langvezelig) en niet voor mengelingen. Zo voorkom je dat de konijnen er enkel de lekkerste dingen uit pikken en daardoor tekorten oplopen.

Om te vermijden dat de tanden te lang worden, is een goede slijtage noodzakelijk. Geef ze daarom extra knaagmateriaal zoals takken van fruitbomen of wilgen. Geef geen snoep, lik- of knaagstenen. Ze kunnen steenvorming veroorzaken in de urinewegen en de tanden op een verkeerde manier doen afslijten. Geef liever taai en vezelig voeder om de tanden gezond te houden.

Konijnen maken twee soorten mest: droge, harde vezelige keuteltjes, en zwarte, glimmende trosjes zachte blindedarmkeutels. De blindedarmkeutels zijn een bron van voedingsstoffen en worden terug opgegeten, direct uit de anus. Dit is een normaal proces. Bij een gezond konijn zie je deze keutels dus niet.

Leg het voer en hooi zo ver mogelijk van de toilethoek af. Konijnen zijn zindelijke dieren en houden hun toilet en voeder graag gescheiden

11. Verzorging - konijn

Dagelijks

  • Controleer het gedrag en het uitzicht van de konijnen: zijn ze actief, gedragen ze zich normaal?
  • Verwijder voedselresten en geef vers water, hooi, groenvoeder en krachtvoeder.
  • Ververs de toilethoek of toiletbak.
  • Laat de konijnen loslopen als ze geen vrije toegang tot een ren hebben.

 

Minstens éénmaal per week

  • Controleer de nagels. Als deze te lang zijn moet je ze knippen. Laat dit voordoen door je dierenarts.
  • Controleer de snijtanden. Als de tanden te weinig afslijten, geeft dit problemen. Voorzie extra knaagmateriaal of raadpleeg een dierenarts. Vraag bij elk bezoek aan de dierenarts om de tanden (ook de kiezen) van je konijn te controleren.
  • Weeg je konijn regelmatig, zo merk je het sneller als er iets mis is.

12. Gezondheid - konijn

Konijnen worden gemiddeld acht jaar oud. Laat jonge konijnen vanaf 5 weken vaccineren tegen myxomatose en VHS (Viraal Hemorragisch Syndroom).

Een gezond konijn is alert, actief en heeft heldere ogen en een propere neus, oren en anus. De vacht is glanzend en de huid is soepel. Konijnen worden meestal ziek door slechte huisvesting of voeding, zoals hooi van onvoldoende kwaliteit.

Als je konijn minder eet, stopt met eten of diarree heeft, raadpleeg dan zo snel mogelijk een dierenarts. Een konijn dat een dag niet gegeten heeft, is een spoedgeval en snel ingrijpen is noodzakelijk. Andere symptomen van ziekte zijn lusteloosheid, een onverzorgde vacht, doffe ogen en knarsetanden. Hou er rekening mee dat een konijn een prooidier is, en zo lang mogelijk zal verstoppen dat het ziek is of zich niet goed voelt.

De meest voorkomende problemen bij konijnen zijn:

  • Viraal Hemorragisch Syndroom type I en type II (VHS)

    Symptomen: ademhalingsproblemen, neusbloedingen, korsten rond de neus. Meestal treedt echter plotselinge sterfte op zonder voorafgaande symptomen. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus en is zeer besmettelijk. Er is een vaccin tegen beide types beschikbaar.

  • Myxomatose

    Symptomen: gezwellen op de kop en geslachtsdelen, opzwellen van de oogleden, etterende ogen, harde knobbels op het lichaam, sterfte na 3 tot 5 dagen. De ziekte wordt veroorzaakt door een virus dat door stekende insecten wordt verspreid. Ook planten kunnen de ziekte overbrengen. Er is een vaccin beschikbaar.

  • Encephalitizoon cuniculi

    Dit is een parasiet waarvan het merendeel van de konijnen drager is zonder dat ze symptomen vertonen. In sommige omstandigheden kunnen er echter ernstige symptomen optreden: gaande van blaas- en nierproblemen, tot scheve kopstand, oncontroleerbaar rondtollen, verlammingsverschijnselen, …Raadpleeg meteen een dierenarts wanneer zich één van deze symptomen voordoet.

  • Coccidiose

    Symptomen: vermagering, diarree, ruwe vacht, lusteloosheid. Coccidiose is een (vaak dodelijke) ziekte die frequent voorkomt bij konijnen, vooral jonge dieren tot 8 weken oud zijn er vatbaar voor. Er zijn verschillende vormen, maar over het algemeen bevinden de parasieten zich in de lever of/en in de darm. Een goede hygiëne en desinfectie zijn nodig. Raadpleeg een dierenarts voor de behandeling.

  • Spijsverteringsproblemen

    Symptomen: diarree, veel natte, glanzende keuteltjes, constipatie, vermagering. De darmen van konijnen raken gemakkelijk in de war als ze te weinig hooi, te veel vochtig groenvoer, groenten en fruit eten of door een te plotse verandering in dieet. Voer onbeperkt hooi en ga bij diarree die langer dan een dag duurt naar de dierenarts.

  • Uitwendige parasieten zoals bv (oor)mijten, vlooien, luizen, schurft

    Symptomen: jeuk, onrust, kale plekken, schilfers, lusteloosheid. Het is noodzakelijk parasieten te bestrijden in het hok en op het dier. Vraag de dierenarts om de juiste producten.

  • Maden

    Bij warm weer kunnen konijnen heel snel het slachtoffer worden van vliegenlarven, vooral rond de anus. Controleer hier zeker dagelijks op, de maden kunnen zeer snel onherstelbare schade toebrengen.

  • Abcessen

    Symptomen: wondjes, zwellingen, verdikkingen onder de huid. Konijnen zijn heel gevoelig voor abcessen (bv. van onderlinge gevechten of ten gevolge van tandproblemen). Abcessen bij konijnen vragen bovendien een heel grondige en vaak langdurige behandeling. Elk wondje moet grondig gereinigd en ontsmet worden.

  • Tandproblemen

    Tanden van een konijn groeien continu door, daarom is het belangrijk dat je hen knaaghout en de juiste voeding (hooi!) geeft. Zo voorkom je dat hun tanden te lang worden. Laat daarom ook zeker de snijtanden én kiezen van je konijn regelmatig controleren door je dierenarts.

  • Te lange nagels

    Controleer regelmatig de nagels van je konijn. Knip ze bij als je ziet dat ze niet voldoende afslijten. Laat je dierenarts of konijnentrimmer het eens voordoen zodat je weet hoe ver je mag knippen.

  • Afwijkend gedrag

    Symptomen: bijten, krabben, agressie, wegkruipen.
    Konijnen kunnen behoorlijk bijten, krabben en stampen. Ze doen dit om verschillende redenen, zoals pijn, angst of om hun territorium te verdedigen. Konijnen kunnen zich anders gaan gedragen in de puberteit, vanaf drie tot zes maanden, en ook als ze zwanger of schijnzwanger zijn. Ga naar de dierenarts om pijn en ziekte uit te sluiten.